Studiedag 2018: Abstract

Jacqueline Bel (Vrije Universiteit Amsterdam)

j.h.c.bel[at]vu.nl


Van sabbath tot seideravond. De representatie van religie in de Joodse stadsroman 1890-1940

Rond 1900 woei er door de literatuur van Nederland en Vlaanderen een nieuw-mystieke wind, die de belangstelling trok, zoals critici constateerden. Middeleeuwse auteurs als Ruusbroec beleefden een hergeboorte in het werk van Maeterlinck, die zowel in de Lage Landen als daarbuiten zeer geliefd was. Tegelijkertijd kwam er in Nederland een nieuw subgenre in de mode, de Joodse stadsroman, waarin het geloof op een heel andere manier aan bod kwam. Herman Heijermans, die vooral bekend werd door zijn toneelwerk, was een van de eerste schrijvers met een Joodse achtergrond die de aandacht trok met zijn verhaal ‘’n Jodenstreek’ dat in 1892 in De Gids werd gepubliceerd. Daarna kwam er een stroom romans op gang waarin het leven in de Joodse buurt in Amsterdam werd verbeeld. Heijermans publiceerde de Amsterdamse roman Diamantstad (1904) waarin hij de wereld van de Amsterdamse diamantbewerkers in beeld bracht. Dat deed ook Israël Querido in zijn roman Levensgang (1899-1901). Later oogstte hij bewondering met vuistdikke reeksen als De Jordaan, Amsterdamsch epos (1912-1924). Ook Carry van Bruggen, die vooral bekend is gebleven als filosoof en modernist, belichtte in haar romans de Joodse wereld. De verlatene (1910) draait om de conflicten in een gezin waarin de jongere generatie zich afkeert van het orthodox-joodse geloof.

De vraag is welke rol het geloof speelde in deze Joodse stadsromans, hoe de religie werd gerepresenteerd en in hoeverre er een connectie is met de bredere belangstelling voor mystiek rond 1900 in de literatuur. Meer algemeen komt de vraag aan bod wat de rol kan zijn van religie in de literatuur.